Greet Rouffaer ergert zich aan mensen die geen mondmasker dragen.

Greet Rouffaer ergert zich aan mensen die geen mondmasker dragen.

Greet Rouffaer ergert zich aan mensen die geen mondmaser dragen: “Ik heb anderhalf jáár met een masker voor brandwonden rondgelopen”

“Als je hebt meegemaakt wat ik heb meegemaakt, besef je dat gezondheid het hoogste goed is.” Gezien haar verleden – ze raakte in 1997 zwaar verbrand op de set van ‘Wittekerke’ – is het niet verwonderlijk dat Greet Rouffaer (61) zich netjes aan de coronaregels houdt. Meer nog: ze ergert zich mateloos aan mensen die ze niet opvolgen. Haar bubbel is dan ook erg klein, maar zij en haar partner Bart hebben niemand anders nodig. “Onze liefde was ook wel een beetje ‘blind getrouwd’. Twee dagen na onze eerste kus vroeg hij me al ten huwelijk.”

Door corona stond de wereld een hele tijd stil, maar in het geval van Greet Rouffaer (61) heeft dat stilstaan ook deugd gedaan. “Het was begin dit jaar héél druk”, vertelt de actrice, die Reinhilde speelt in ‘Thuis’. “Bart en ik stonden op het punt om te verhuizen, ik was net beginnen repeteren voor het geweldige ‘Slisse & Cesar’ waarmee ik toch een pak reisvoorstellingen had én er waren de opnames voor ‘Thuis’. Op 2 maart zijn we dan effectief verhuisd en om een beetje op onze plooi te komen, had ik die hele week mijn agenda geblokkeerd. Op 9 maart begon ik immers ook te repeteren voor ‘Kierewiet’ van De Komedie Compagnie. Een heel hectische tijd eigenlijk.”

Plots was corona daar en lag alles stil. “Het was afkicken”, vervolgt Greet in weekblad Primo. “Een beetje paniek ook, maar al snel werd ik gewaar dat dit stilstaan me veel deugd deed. Ik had ook het grote geluk dat ik net was verhuisd naar een huis met een grote tuin. In die tuin vond ik meteen complete rust. Ik leefde mee met de mensen die de lockdown op een appartement, met een klein balkon, hebben moeten doorbrengen. Dat moet verschrikkelijk geweest zijn.”

Wat was voor jou het zwaarst om dragen tijdens die lockdown?

“Het gebrek aan sociaal contact. Je familie moeten missen. Dat vonden zowel Bart als ik het moeilijkst. Familie en vrienden, dat is toch de essentie. Dat heb ik tijdens die periode nog meer beseft dan voorheen. Ik heb tijdens die periode dan ook enkele filmpjes opgenomen voor de mensen in de woonzorgcentra. Om ze te steunen. Het was verschrikkelijk wat daar gebeurde, dat volledig afgesloten zijn van de buitenwereld. Het is onwezenlijk om oudere mensen achter het raam naar hun kinderen te zien wuiven.”

“En voor de rest? (denkt even na) Bart en ik gaan ook graag uit eten met ons tweetjes, maar dat gemis viel eigenlijk nog wel mee. Dat hebben we dan maar thuis gedaan. We hebben veel gekookt met het nodige glaasje wijn erbij. (lacht) De coronakilo’s tikten aardig aan. Gelukkig zijn die er bijna af. Dat gaat bij mij vrij snel.”

“Weet je, Bart en ik hebben ons geen seconde verveeld. We hadden veel te doen in huis. Ik ging enkel buiten om de broodnodige boodschappen doen, voor vers fruit en zo. Verder kreeg ik nog altijd de maaltijdboxen van HelloFresh aan huis, iets waarvoor ik enkele maanden eerder had gekozen, omdat ik door mijn drukke agenda gewoon geen tijd had om boodschappen te doen. Ik zat daar goed, in mijn nieuwe cocon. Via het internet heb ik toen ook onmiddellijk een naaimachine besteld en ben ik als een bezetene beginnen naaien. (lacht)”

Een nieuwe hobby?

Niet echt. Ik deed dat vroeger al. Maar ik ben in mijn leven al zo vaak verhuisd dat ik mijn oude naaimachine onderweg kwijtgeraakt ben. Door het vele werk heb ik dat jaren verwaarloosd, maar nu heb ik de draad terug opgepikt.

Waarom zijn jullie eigenlijk verhuisd? Je woonde daar toch mooi, aan de Rupel in Boom?

Bart en ik woonden zeven jaar in ’s-Gravenwezel vooraleer we verhuisd zijn naar een duplexappartement in Boom. We woonden daar inderdaad zeer mooi, maar Bart kon daar niet aarden. Hij miste het groen. En ook ik begon een huis met een tuin steeds meer te missen. We hadden allebei heimwee naar de natuur en dat viel niet meer tegen te houden. Het heeft ook geen zin om daartegen te vechten; anders blijf je de rest van je leven ongelukkig op de plek waar je woont en dat kan nooit de bedoeling zijn. Dus zijn we op zoek gegaan naar een woonst in de natuur en die hebben we gevonden in Schilde. Gelukkig was het net allemaal in kannen en kruiken voor de lockdown werd afgekondigd. In ons nieuwe huis hadden we alle tijd om tot rust te komen. Ik had alles tot in de puntjes gepland hoor, dat heb je met perfectionisten hé. (glimlacht) Praktisch is het ook iets handiger wonen. Door allerlei werkzaamheden en andere regelingen is het verkeer op de A12 soms echt de processie van Echternach. Ik deed er vaak een uur over om tot in Antwerpen te geraken. Nu geraak ik veel sneller de baan op.

Denk je dat het opperste geluk bestaat, Greet?

Goh. Ik ben zelf een heel gelukkig mens. Ik verlang niet naar méér. Misschien heb ik mijn opperste geluk dus al bereikt? Zeker sinds ik verhuisd ben. Ik ben in mijn leven al heel vaak verhuisd, maar nu ervaar ik voor de allereerste keer het gevoel: ik ben thuis!

Waarom ben je zo vaak verhuisd?

Ik ben een onrustige ziel. Ik heb me nooit aan plaatsen gehecht, wel aan mensen. Altijd aan mensen. Net als iedereen heb ik het zeer moeilijk als ik iemand moet afgeven. Er zijn dagen dat ik mijn ouders verschrikkelijk mis. (stilte) Ik kan er vaak niet met mijn verstand bij dat ik ze nooit meer zal zien. Mijn emoties zijn vaak zo sterk dat ik dat niet kan vatten. Vandaar mijn onrustige ziel, denk ik.

Door hier te wonen, in de stilte, gaat het steeds beter. Vreemd eigenlijk want ik ben altijd een stadsmus geweest. Ik heb altijd enorm genoten van de drukte van de stad Antwerpen. Ik kom er nog altijd graag. Al ben ik enkele weken geleden wel geschrokken. Ik was er een hele tijd niet geweest en het viel me op dat de stad er erg vuil bijlag. Jammer, want Antwerpen is echt een mooie stad. Maar nu? Onkruid op de trottoirs en tegen de gevels, vuilnis naast de vuilnisbakken … Ik begrijp dat niet.

Heeft dat verlangen naar rust en het beter om kunnen gaan met stilte met het ouder worden te maken?

Misschien wel, ik weet het niet. Ik moet gewoon toegeven dat ik enorm geniet, wanneer ik de vogeltjes hoor fluiten of wanneer ik een eekhoorntje zie. Vroeger schonk ik daar veel minder aandacht aan. Nu kan ik daar uren naar kijken. Ik heb die eekhoorntjes zelfs een naam gegeven. (lacht) Een van mijn favorieten is Quasimodo. Ik heb ’m zo genoemd omdat er een stuk van zijn staartje af is en omdat hij rond zijn lijfje te weinig pels heeft. Zo’n schattig beestje! Dan is er ook een mooie rosbruine, die heb ik Rikske Fikske genoemd. En de Jos, die is er ook. (lacht)

Van zo’n kleine dingen hangt het dus af, gelukkig zijn?

Het eerste wat ik zie als ik ’s morgens wakker word, is mijn man, en dan is mijn dag meteen goed. (lacht hardop) Maar geluk hangt inderdaad van kleine dingen af. Ik associeer geluk ook vaak met geuren. Als ik bijvoorbeeld de geur van een kop chocolademelk met verse cacao ruik, dan moet ik altijd aan mijn kindertijd in Kapellen denken. We kregen dat op de kleuterschool vaak, en ik zie de bambi’s nog geschilderd op de muren staan. (mijmerend) Mijn kapstokje, dat was een houten kabouter. Het staat allemaal in mijn geheugen gegrift.

Je noemde jezelf net perfectionist. Perfectionisten zijn maar zelden helemaal gelukkig, toch?

Dat komt omdat ze zichzelf enorm veel druk opleggen, die perfectionisten. (grijnst) En als iets niet loopt zoals het hoort of zoals ze het verwachten, geraken ze meestal van slag. Ik ben iemand die zich snel herpakt en altijd opportuniteiten ziet in dingen die tegenzitten. Ik ben heel optimistisch van aard. Natuurlijk heb ik ook donkere dagen – en dat hoort nu eenmaal ook bij het leven – maar ik zie eigenlijk altijd het positieve van iets in. En dat streven naar perfectie, dat betert in mijn geval wel, maar toch zal ik nooit half werk leveren. Dat verafschuw ik. Zeker op werkvlak. Als ik iets krijg aangeboden dan zet ik me daar meer dan honderd procent voor in. Het moet goed zijn. Ik vind het ook belangrijk om tegen mijn opdrachtgevers te kunnen zeggen waarom ik bijvoorbeeld iets in verband met mijn personage anders wil aanpakken. Als ik een tekst niet juist klinken vind, dan wil ik graag dat we daaraan kunnen schaven. Maar altijd in overleg en op een respectvolle manier. Ik ben gewoon heel erg met mijn vak bezig. Ik maak graag mijn huiswerk.

Dat getuigt van een enorme professionaliteit.

Ik vind dat een vorm van respect naar mijn collega’s en naar de hele ploeg toe. Als ik opnames heb voor ‘Thuis’, dan heb ik mijn tekst de dagen voordien al volledig ingestudeerd. Mij zal je nooit snel mijn tekst in de schminkkamer nog eens zien memoriseren. Die zit al in mijn hoofd. Ik vind dat een vorm van betrokkenheid. Ik wil de opnames ook niet ophouden. Alles is getimed; een scène moet binnen een bepaalde tijd opgenomen zijn.

Soms hoor je mensen zeggen dat je eerst ongeluk moet hebben gekend om te beseffen wat geluk is. Geloof jij daarin? Want jij hebt je portie al gehad in het leven …

(zucht) Tja. Als je hebt meegemaakt wat ik heb meegemaakt, besef je natuurlijk wel heel snel hoe goed je het hebt als alles op wieltjes loopt. (Greet geraakte in oktober 1997 door een gasontploffing op de set van ‘Wittekerke’ zwaar verband aan haar handen en gezicht, nvdr) En neen, je vergeet dat nooit, maar na een tijdje beland je toch weer in de mallemolen en herval je in je oude gewoontes. Omdat de maatschappij dat nu eenmaal ook van je verwacht. Maar het gevoel dat je content moet zijn omdat je niets mankeert, dat is echter altijd gebleven. Sinds mijn ongeval zie ik in dat het besef dat je gezond bent het hoogste goed is. Gezondheid is het allerbelangrijkste in het leven.

Zo heeft die hele discussie over het al dan niet dragen van mondmaskers me al geërgerd. Natuurlijk is het lastig om zo’n ding de hele dag te dragen, maar als het kan helpen om het virus in te dijken? Dan draag je dat toch gewoon? Ik droeg trouwens al een mondmasker, toen het nog niet verplicht was. Ik begrijp dat mensen er zot van worden, maar brandwondenpatiënten dragen vaak meer dan één jaar, 24 op 24, een siliconenmasker. Zelf heb ik anderhalf jaar met zo’n masker rondgelopen. Dan is zo’n mondmaskertje toch nog zo erg niet? Het is per slot van rekening om jezelf en anderen te beschermen.

Sommige mensen klagen nu eenmaal over alles.

Dat is zo. Dat is de aard van het beestje, zeker? Ik erger me daar wel eens aan maar ik maak me daar niet meer boos over. Dat is mijn energie niet waard. Dit gezegd zijnde: ik heb een enorme bewondering voor het verplegend personeel en de dokters die al maanden in die speciale pakken en met die maskers rondlopen. Chapeau!

Moet jij, door je ongeval, extra opletten?

Ik heb me alleszins heel strikt aan de voorwaarden gehouden. Onze bubbel is al die tijd heel klein geweest. Pas na vier maanden heb ik mijn broers nog eens gezien. En dan mochten we elkaar nog niet vastpakken! Het is niet om mee te lachen. Mijn neef, Peter Rouffaer (die eveneens acteur is, nvdr) is zwaar ziek geweest door het coronavirus en is nog steeds aan het revalideren. Het is heftig. Maar ben ik bang? Niet echt, maar ik let enorm goed op. Nog altijd. Ik ben ook geen achttien meer hé … (lacht)

Je slaagt er alleszins in om mooi ouder te worden.

Bedankt. Ik voel me ook geen 61. Ik zwem veel, ik wandel en fiets veel en ik let op mijn voeding. Dat helpt. Ook mentaal voel ik me veel jonger dan mijn werkelijke leeftijd. Dat heeft ook met Bart te maken.

Is iemand tegenkomen waar je je goed bij voelt het grootste geluk dat iemand in zijn leven kan hebben?

Een zielsverwant. Dat denk ik wel. Ik ben héél gelukkig getrouwd. Bart en ik hebben een speciale band. Ik heb ook nog steeds een bijzondere vriendschap met mijn eerste man, Horst, de vader van mijn zoon Elias. Daar ben ik heel blij om. We hebben nooit ruzie gehad en we hebben elkaar altijd met veel respect benaderd. Ook naar Bart toe. Die twee kennen elkaar goed en komen goed overeen. Ik vind dat zeer belangrijk.

Horst en ik zijn in 1983 getrouwd en in ’85 is Elias geboren. Elf jaar zijn we getrouwd geweest. Oké, het mocht niet blijven duren, maar er is nog altijd een heel goed contact. Dat stemt me gelukkig en dankbaar.

Toen ik Bart tegenkwam, kwam ik mijn zielsverwant tegen. Hem ontmoeten was een fantastisch geschenk. Sommige periodes in mijn leven waren moeilijk, maar gelukkig waren er altijd mensen waar ik op kon rekenen. Ik zeg altijd: op een vlinder mag je nooit jagen, die komt vanzelf wel op je schouder zitten. Om maar te zeggen: uiteindelijk komt alles altijd goed. Ik voel me alleszins enorm gezegend met de mensen rondom mij: Bart, Elias en de twee kinderen van Bart.

Hoe lang zijn jullie intussen samen?

Sinds 2007. En een jaar later zijn we getrouwd. Wij kijken graag naar ‘Blind Getrouwd’, het televisieprogramma, maar onze liefde was eigenlijk ook wel een beetje genre ‘blind getrouwd’. (lacht) Op 6 december 2007 hebben Bart en ik elkaar voor het eerst gekust. Op 8 december, twee dagen later, heeft hij me ten huwelijk gevraagd. Mooi hé? Toen ik hem ontmoette had ik het gevoel dat ik hem al mijn hele leven kende. Een heel vreemd gevoel. Ik weet soms op voorhand wat Bart gaat zeggen, en hij heeft dat ook. Wij kunnen communiceren zonder woorden. Dat is echt straf. Als hij ergens pijn heeft, heb ik dat twee dagen later ook. Omgekeerd geldt hetzelfde.

Overvalt de gedachte je soms: als dit maar blijft duren?

Neen, er kan altijd iets gebeuren. Dat besef is er. Maar ik zei het al: ik ben een positief iemand. Ik denk niet vaak aan negatieve dingen. Ik ben wel altijd van het principe geweest dat je uit elkaar moet gaan als het verhaal is verteld. Als koppel hoef je niet bij elkaar te blijven omdat de goegemeente dat verwacht. Blijf niet ongelukkig samen, want dat heeft geen zin. Zeker niet als er kinderen zijn. Daar worden de kinderen ook niet gelukkiger van. Ik denk dat het voor hen belangrijker is dat ze een gelukkige papa en een gelukkige mama zien.

Niet nodeloos aan een relatie blijven werken dus …

Liefde is geen werkwoord! Daar moet je niet aan werken. Eigenlijk is liefde het simpelste dat er is. Als er echte liefde tussen twee mensen is dan kan je ook de kleine kantjes van elkaar verdragen. Dat is dan toch geen probleem? Zolang er maar respect is en zolang je maar open en eerlijk tegen elkaar bent. Bij ons botst het ook wel eens, maar dat duurt maar twee minuten en dat kan ik op een jaar op mijn twee vingers tellen. (glimlacht) Echt waar. We zien elkaar zo graag dat we twee minuten later alweer in de lach schieten. En dan zeggen we: ‘Allez, hoe belachelijk was dat nu?’ (lacht)

Bron: HLN (foto’s Dieter Bacquaert, Kristof Ghyselinck)


Oscare zet zich dagdagelijks in voor mensen met brandwonden en littekens. Samen met jouw steun kunnen we de strijd tegen brandwonden verderzetten.

Steun jij Oscare?

Ik steun Oscare in de strijd tegen brandwonden en littekens










Reeds ingezamelde bedrag: € 0,00


Bron: Het Laatste Nieuws